ECLI:NL:RBDHA:2024:22678
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening bij niet-ontvankelijkverklaring verblijfsvergunning asiel
Verzoeker, van Syrische nationaliteit, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister van Asiel en Migratie verklaarde deze aanvraag op 1 oktober 2024 niet-ontvankelijk. Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en vroeg tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek samen met de hoofdzaak op 18 december 2024. Verzoeker was niet aanwezig vanwege verhindering, terwijl de minister werd vertegenwoordigd door een gemachtigde. De voorzieningenrechter oordeelde dat nu op het beroep in de hoofdzaak reeds uitspraak was gedaan, een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk was.
Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat op het beroep in de hoofdzaak reeds uitspraak is gedaan.