ECLI:NL:RBDHA:2024:22731
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening Kroatië
Eiser, van Iraakse nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning asiel in Nederland, maar de minister nam zijn aanvraag niet in behandeling omdat Kroatië verantwoordelijk is volgens de Dublinverordening. Eiser voerde aan dat het asiel- en opvangsysteem in Kroatië tekortkomingen vertoont en dat hij persoonlijk een reëel risico loopt op onmenselijke behandeling, in strijd met artikel 3 EVRM Pro en artikel 4 Handvest Pro.
De rechtbank oordeelt dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt, waarbij wordt aangenomen dat lidstaten hun verdragsverplichtingen nakomen, tenzij sprake is van zwaarwegende tekortkomingen. Eiser is er niet in geslaagd dit aannemelijk te maken, mede gelet op recente uitspraken van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. Zijn persoonlijke ervaringen betreffen de eerste aankomst in Kroatië en niet de situatie bij overdracht als Dublinclaimant.
Ook de psychische klachten van eiser en zijn medische dossier rechtvaardigen volgens de rechtbank geen uitzondering. De minister heeft gemotiveerd geen gebruik te maken van de discretionaire bevoegdheid uit artikel 17 Dublinverordening Pro. De rechtbank concludeert dat overdracht naar Kroatië zonder individuele garanties kan plaatsvinden zonder schending van mensenrechten of disproportionele hardheid.
Het beroep wordt ongegrond verklaard, waardoor het besluit tot niet in behandeling nemen van de asielaanvraag in stand blijft. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en de overdracht aan Kroatië blijft mogelijk.