ECLI:NL:RBDHA:2024:22822
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortduren maatregel bewaring vreemdeling met zicht op uitzetting
De rechtbank Den Haag heeft op 24 december 2024 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke zaak over het voortduren van een maatregel van bewaring opgelegd aan een vreemdeling. De maatregel was op 19 juli 2024 opgelegd en de rechtbank toetste of deze maatregel sinds het sluiten van het onderzoek op 30 oktober 2024 nog rechtmatig was.
Eiser voerde aan dat het zicht op uitzetting ontbrak omdat hij niet bekend zou zijn bij de Marokkaanse autoriteiten en dat de minister onvoldoende voortvarend had gehandeld bij de aanvraag van een laissez-passer. De rechtbank oordeelde dat het zicht op uitzetting niet ontbrak, verwijzend naar eerdere uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak en eerdere uitspraken van de rechtbank zelf.
Ook werd geoordeeld dat de minister voldoende voortvarend had gehandeld, onder meer omdat maandelijks vertrekgesprekken werden gevoerd en de minister bleef rappelleren bij de Marokkaanse autoriteiten. De rechtbank zag geen aanleiding om de maatregel van bewaring op te heffen of te wijzigen.
Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.