ECLI:NL:RBDHA:2024:2291
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing compensatieverzoek hersteloperatie kinderopvangtoeslag wegens geen vooringenomen handelen
Eiser heeft compensatie gevraagd voor de jaren 2014, 2015 en 2017 in het kader van de hersteloperatie kinderopvangtoeslag, nadat verweerder zijn verzoeken had afgewezen. De kern van het geschil betreft de vraag of verweerder institutioneel vooringenomen heeft gehandeld bij de terugvordering van kinderopvangtoeslag.
De rechtbank overweegt dat verweerder in 2014 het bezwaar van eiser niet als zodanig heeft behandeld, maar eiser wel de mogelijkheid heeft geboden dit alsnog te doen. Dit wordt niet als vooringenomen handelen aangemerkt. Voor 2017 is vastgesteld dat eiser geen kinderopvang heeft betaald, waardoor de nihilstelling van toeslag gerechtvaardigd is en geen sprake is van vooringenomenheid.
Het advies van de Commissie van Wijzen en de bezwaarschriftenadviescommissie is deels gevolgd, waarbij het bezwaar van eiser uiteindelijk ongegrond is verklaard. De rechtbank concludeert dat verweerder het verzoek tot compensatie op juiste gronden heeft afgewezen en verklaart het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de weigering van compensatie wordt ongegrond verklaard wegens geen institutioneel vooringenomen handelen.