ECLI:NL:RBDHA:2024:22916
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige voortduring maatregel bewaring wegens te late omzetting grondslag
Eiser, van Poolse nationaliteit, werd op 5 november 2024 onderworpen aan een maatregel van bewaring door de minister van Asiel en Migratie. De minister baseerde deze maatregel op het risico dat eiser zich aan toezicht zou onttrekken. Op 7 november 2024 uitte eiser tijdens het vertrekgesprek zijn asielwens, waarna de minister pas op 11 november 2024 de grondslag van de bewaring wijzigde.
Eiser stelde dat deze omzetting te laat was, omdat de maatregel binnen 48 uur na het uiten van de asielwens had moeten worden aangepast. De minister betwistte dit en stelde dat eiser pas op 8 november zijn asielwens kenbaar maakte. De rechtbank oordeelde dat eiser zijn asielwens op 7 november had geuit en dat de minister de maatregel uiterlijk op 9 november had moeten omzetten.
Omdat de minister dit niet tijdig deed, was de maatregel vanaf 10 november onrechtmatig. De rechtbank kende daarom een schadevergoeding van €200,- toe voor twee dagen onrechtmatige vrijheidsontneming en veroordeelde de minister tot betaling van de proceskosten van €1.750,-. Het beroep werd gegrond verklaard.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond wegens te late omzetting van de maatregel bewaring en kent een schadevergoeding van €200,- toe.