Uitspraak
[eiser] , V-nummer: [v-nummer] , eiser/verzoeker (hierna: eiser)
voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Rechtbank Den Haag
Eiser, houder van een reguliere verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd, kreeg deze vergunning ingetrokken omdat hij meer dan zes maanden zijn hoofdverblijf buiten Nederland had verplaatst. Verweerder verklaarde het bezwaar van eiser tegen deze intrekking niet-ontvankelijk wegens het niet tijdig indienen van het bezwaar en oordeelde dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar was.
Eiser stelde dat het primaire besluit mogelijk niet correct was bekendgemaakt en dat persoonlijke omstandigheden, waaronder problemen met zijn huisgenoot en onbekendheid met de berichtenbox van MijnInd, de termijnoverschrijding verschoonbaar maakten. Verweerder stelde dat eiser geen procesbelang had omdat hij inmiddels een andere verblijfsvergunning had ontvangen, maar de rechtbank oordeelde dat er wel procesbelang was.
De rechtbank concludeerde dat het primaire besluit op juiste wijze was verzonden naar het bij verweerder bekende adres en dat eiser onvoldoende had onderbouwd dat hij de termijnoverschrijding niet kon voorkomen. De persoonlijke omstandigheden waren niet zodanig dat verweerder de termijnoverschrijding had moeten verontschuldigen. Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding van het bezwaar.