Uitspraak
[eiser] , eiser/verzoeker (hierna: eiser)
voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,verweerder
Rechtbank Den Haag
De rechtbank Den Haag behandelde het beroep van een Poolse EU-onderdaan die geen rechtmatig verblijf in Nederland heeft vanwege een zwervend bestaan en het ontbreken van een eigen bestaan. Verweerder legde een verwijderingsmaatregel op met een vertrektermijn van één maand, welke door eiser werd bestreden.
Eiser voerde aan dat verweerder onvoldoende heeft toegelicht hoe hij zijn verblijf daadwerkelijk en effectief kan beëindigen, zoals vereist volgens het arrest F.S., en dat de vertrektermijn zonder belangenafweging is vastgesteld. De rechtbank oordeelde dat verweerder voldoende informatie heeft verstrekt via een openbare werkinstructie die aansluit bij de jurisprudentie.
De rechtbank stelde dat het niet mogelijk is om een uitputtende lijst te geven van elementen voor het beëindigen van het verblijf en dat de beoordeling casuïstisch is bij terugkeer. Ook is geen actieve informatieplicht van verweerder af te leiden uit de Verblijfsrichtlijn.
Ten slotte oordeelde de rechtbank dat de vertrektermijn van één maand niet aan een belangenafweging hoeft te worden onderworpen. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
Uitkomst: Het beroep tegen de verwijderingsmaatregel en de vertrektermijn van één maand wordt ongegrond verklaard.