ECLI:NL:RBDHA:2024:22991
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag mvv wegens ontbreken meer dan gebruikelijke afhankelijkheid en hechte persoonlijke banden
Eisers, een moeder en haar minderjarige neefje, vroegen een mvv aan voor verblijf bij hun familielid, de zoon van de moeder (referent). Verweerder wees de aanvragen af wegens het ontbreken van een meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie en hechte persoonlijke banden, en maakte geen belangenafweging op grond van artikel 8 EVRM Pro.
Eisers betoogden dat er wel sprake was van meer dan gebruikelijke afhankelijkheid en hechte persoonlijke banden, mede vanwege de gezondheidstoestand van de moeder, financiële afhankelijkheid en de oorlogsomstandigheden die samenwoning onmogelijk maakten. Verweerder stelde dat er geen voldoende bewijs was voor financiële ondersteuning en dat de emotionele band niet uitzonderlijk was.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht concludeerde dat er geen meer dan gebruikelijke afhankelijkheid bestaat, mede omdat de moeder en referent al sinds 2011 een eigen gezinsleven leiden en de financiële ondersteuning niet aannemelijk is gemaakt. Ook is de emotionele band niet zodanig dat deze het gebruikelijke overstijgt.
Ten aanzien van de relatie tussen het neefje en referent stelde de rechtbank vast dat zij nooit samenwoonden en elkaar nauwelijks hebben ontmoet. Telefonisch contact is onvoldoende om van hechte persoonlijke banden te spreken. De juridische voogdijrelatie wijzigt hier niets aan.
De rechtbank bevestigt dat verweerder geen belangenafweging hoefde te maken, omdat geen bijkomende elementen van afhankelijkheid of hechte persoonlijke banden aanwezig zijn. De beroepen worden ongegrond verklaard en eisers krijgen geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt dat geen sprake is van meer dan gebruikelijke afhankelijkheid of hechte persoonlijke banden.