ECLI:NL:RBDHA:2024:23020
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag verblijfsvergunning tijdelijke humanitaire gronden wegens niet voldoen aan voorwaarden
Eiser, een Marokkaanse nationaliteit dragende persoon, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking 'tijdelijke humanitaire gronden' als slachtoffer van eergerelateerd geweld. De minister wees deze aanvraag af omdat eiser niet voldeed aan de voorwaarden, waaronder het ontbreken van een geldige machtiging tot voorlopig verblijf en het niet aantonen van dreiging vanuit familieleden.
Eiser voerde aan dat het onderscheid tussen onderdanen van landen die wel en niet zijn vrijgesteld van het mvv-vereiste discriminerend is, maar de rechtbank beoordeelde deze grond niet inhoudelijk omdat de aanvraag op andere gronden terecht was afgewezen. Daarnaast werd het opgelegde inreisverbod van twee jaar bevestigd, waarbij de rechtbank oordeelde dat eiser voldoende gelegenheid had gehad zijn belangen schriftelijk naar voren te brengen en geen mondeling gehoor noodzakelijk was.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om vergoeding van proceskosten af. De uitspraak werd gedaan door rechter A. Skerka op 25 oktober 2024.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning en het opgelegde inreisverbod wordt ongegrond verklaard.