Eiser heeft een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel ingediend op 23 augustus 2022. Verweerder heeft niet binnen de wettelijk gestelde termijn besloten, ondanks een verlenging van negen maanden. Eiser stelde verweerder op 11 januari 2024 schriftelijk in gebreke en stelde daarna beroep in tegen het niet tijdig beslissen.
De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is omdat verweerder niet binnen de termijn heeft beslist. De rechtbank legt een termijn van zestien weken op: acht weken voor het nader gehoor en acht weken daarna voor het besluit. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag opgelegd bij overschrijding, met een maximum van €7.500.
Daarnaast krijgt eiser een proceskostenvergoeding van €437,50 toegekend vanwege de inschakeling van een professionele gemachtigde. De uitspraak is gedaan door rechter R.J.A. Schaaf en griffier N. Khalloufi en is uitgesproken op 14 mei 2024.