ECLI:NL:RBDHA:2024:23104

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
18 december 2024
Publicatiedatum
13 februari 2025
Zaaknummer
NL24.49370
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 59 VwArt. 96 Vw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ongegrond beroep tegen voortduren maatregel van bewaring in vreemdelingenzaak

De minister van Asiel en Migratie heeft op 23 september 2024 een maatregel van bewaring opgelegd aan eiser, een Gambiaanse nationaliteit bezittende vreemdeling, welke nog voortduurt. Eiser stelde beroep in tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding. De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting achterwege gelaten en de zaak op schriftelijke stukken beoordeeld.

Eiser voerde aan dat de asielprocedure tweemaal niet kon doorgaan vanwege problemen met de tolk, wat volgens hem de maatregel van bewaring onrechtmatig maakte. De rechtbank verwijst naar een eerdere uitspraak van 4 oktober 2024 waarin de maatregel tot dat moment rechtmatig werd bevonden. Voorts oordeelt de rechtbank dat het uitstel van de zitting niet leidt tot onredelijke duur van de bewaring of gebrek aan voortvarendheid bij de minister.

De rechtbank benadrukt dat de minister regelmatig vertrekgesprekken voert en herhaaldelijk contact zoekt met de Gambiaanse autoriteiten voor een laissez passer. Eiser heeft onvoldoende medewerking verleend aan zijn uitzetting, onder meer doordat een geplande persoonlijke presentatie niet doorging door zijn toedoen. De rechtbank concludeert dat de maatregel tot het sluiten van het onderzoek niet onrechtmatig was en verklaart het beroep ongegrond. Het verzoek om schadevergoeding wordt eveneens afgewezen en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.49370
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], V-nummer: [V-nummer] , eiser
(gemachtigde: mr. J.E. Groenenberg),
en

de Minister van Asiel en Migratie,

(gemachtigde: S.H.F. Pols).

Procesverloop

De minister heeft op 23 september 2024 aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) opgelegd.
Deze maatregel duurt nog voort.
Eiser heeft tegen het voortduren van de maatregel van bewaring beroep ingesteld. Daarbij heeft hij verzocht om schadevergoeding.
De minister heeft een voortgangsrapportage overgelegd. Eiser heeft hierop gereageerd. Vervolgens heeft de minister een verweerschrift ingediend.
De rechtbank heeft bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft.

Overwegingen

1. Eiser zegt dat hij Gambiaanse nationaliteit heeft en dat hij is geboren op [geboortedatum] 1997.
2. Indien de rechtbank van oordeel is dat de toepassing of tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring in strijd is met de Vw dan wel bij afweging van alle daarbij betrokken belangen in redelijkheid niet gerechtvaardigd is, verklaart zij op grond van artikel 96, derde lid, van de Vw het beroep gegrond en beveelt zij de opheffing van de maatregel of een wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging daarvan.
3. De rechtbank stelt voorop dat zij deze maatregel van bewaring al eerder heeft getoetst. Uit de uitspraak van 4 oktober 2024 (in de zaak NL24.37043) volgt dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek dat aan die uitspraak ten grondslag ligt, rechtmatig was. Daarom is bij de beoordeling van de
rechtmatigheid van het voortduren van de maatregel van bewaring slechts de periode van belang sinds het moment van het sluiten van dat onderzoek.
4. Eiser voert aan dat de behandeling ter zitting van de rechtbank van het door hem ingestelde beroep in de asielprocedure tweemaal geen doorgang heeft kunnen vinden in verband met problemen met de tolk. Hij meent dat als gevolg hiervan de bewaring dient te worden opgeheven.
5. De rechtbank verwijst naar haar eerdere uitspraak van 4 oktober 2024 (in de zaak NL24.37043), rechtsoverweging 7. Dat de behandeling ter zitting nog geen doorgang heeft kunnen vinden, maakt niet dat de inbewaringstelling daarom onredelijk lang duurt of dat verweerder onvoldoende voortvarend heeft gehandeld of dat zicht op uitzetting ontbreekt. Daarbij overweegt de rechtbank dat verweerder met regelmaat vertrekgesprekken voert met eiser, laatstelijk op 14 november 2024. Daarnaast rappelleert verweerder met regelmaat bij de Gambiaanse autoriteiten voor de afgifte van een laissez passer, laatstelijk op 5 december 2024. Verder geldt onverminderd dat op eiser de plicht rust om zijn actieve en volledige medewerking te verlenen aan zijn uitzetting. Naar het oordeel van de rechtbank heeft eiser niet aangetoond dat hij hieraan afdoende invulling heeft gegeven. Temeer nu door toedoen van eiser de geplande presentatie (in persoon) geen doorgang heeft kunnen vinden. Deze beroepsgrond slaagt niet.
6. Ook met inachtneming van de ambtshalve toetsing waartoe zij gehouden is, is de rechtbank van oordeel dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek niet op enig moment onrechtmatig was.
7. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:
  • verklaart het beroep ongegrond;
  • wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Skerka, rechter, in aanwezigheid van
N.J.R. Kalaykhan, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
18 december 2024

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.