ECLI:NL:RBDHA:2024:23253
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluiten over rechtmatig verblijf wegens onrechtmatige bewijslastomkering bij schijnrelatie
Eiser, een Ghanese gemeenschapsonderdaan, werd door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid het rechtmatig verblijf ontzegd op grond van een vermeende schijnrelatie met zijn Britse partner. De staatssecretaris baseerde dit op het ontbreken van bewijs dat eiser vijf jaar onafgebroken met zijn partner heeft samengewoond, wat werd gezien als een indicator voor misbruik. Eiser stelde dat deze bewijslastomkering onrechtmatig was.
De rechtbank oordeelde dat het enkel niet kunnen aantonen van vijf jaar samenwoning geen voldoende grond is voor een redelijk vermoeden van misbruik en dat de staatssecretaris ten onrechte de bewijslast omkeerde. Tevens was er geen sprake van meerdere indicatoren die samen een vermoeden rechtvaardigen, wat volgens de richtsnoeren vereist is.
Daarom zijn de besluiten waarin het rechtmatig verblijf werd ontzegd vernietigd en moet de staatssecretaris binnen zes weken nieuwe besluiten nemen met inachtneming van deze uitspraak. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen omdat de rechtbank reeds op het beroep had beslist. Verweerder is veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de besluiten en draagt op binnen zes weken nieuwe besluiten te nemen met inachtneming van deze uitspraak.