ECLI:NL:RBDHA:2024:23275
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige grensdetentie van Oekraïense vluchtelingen onder Richtlijn tijdelijke bescherming
Eisers, twee Oekraïense broers, werden bij aankomst op Schiphol onderworpen aan een vrijheidsontnemende maatregel op grond van artikel 6 lid 3 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Zij hadden aangegeven gebruik te willen maken van tijdelijke bescherming onder de EU-Richtlijn 2001/55/EG. De Staat voerde een screening uit, maar handelde niet voortvarend genoeg om de maatregelen tijdig te beëindigen.
De rechtbank stelde vast dat de maatregelen onrechtmatig waren vanaf 7 augustus 2024, omdat de Staat de screening en openbare orde-check uiterlijk de dag na de aanvraag had moeten afronden. Dit volgt uit het wettelijk kader en het doel van de Richtlijn tijdelijke bescherming, die snelle afhandeling en minimale formaliteiten voorschrijft.
De rechtbank kende aan eisers een schadevergoeding toe van €400 per persoon voor vier dagen onrechtmatige detentie en veroordeelde de Staat tot betaling van proceskosten van €2.625. De vrijheidsontnemende maatregelen waren op 10 augustus 2024 opgeheven. De uitspraak bevestigt het belang van een snelle en zorgvuldige afhandeling van grensdetentieprocedures bij tijdelijke bescherming.
Uitkomst: De Staat werd veroordeeld tot betaling van schadevergoeding wegens onrechtmatige vrijheidsontneming en proceskosten.