ECLI:NL:RBDHA:2024:11888
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige vrijheidsontneming van Oekraïense asielzoeker onder Richtlijn Tijdelijke Bescherming
Eiser, een Oekraïense nationaliteit dragende asielzoeker, werd op 9 juli 2024 bij aankomst in Nederland een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd op grond van artikel 6, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Verweerder hanteerde een procedure waarbij pas op 12 juli een antecedentenverklaring werd ingevuld en op 19 juli een nader gehoor werd gehouden, terwijl eiser onder de Richtlijn Tijdelijke Bescherming viel en direct recht had op bescherming.
De rechtbank stelt vast dat verweerder onvoldoende voortvarend handelde door de screening en openbare orde check niet binnen de vereiste termijn af te ronden, waardoor de vrijheidsontnemende maatregel vanaf 11 juli 2024 onrechtmatig was. De rechtbank oordeelt dat een lichter middel niet passend was gezien het grensbewakingsbelang en de omstandigheden.
Het beroep wordt gegrond verklaard en eiser krijgt een schadevergoeding van €900,- voor negen dagen onrechtmatige bewaring. Daarnaast wordt verweerder veroordeeld tot betaling van de proceskosten van €1.750,-. De uitspraak benadrukt het belang van een snelle en zorgvuldige toepassing van de Richtlijn Tijdelijke Bescherming om onnodige vrijheidsbeneming te voorkomen.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en veroordeelt de Staat tot betaling van €900,- schadevergoeding wegens onrechtmatige vrijheidsontneming.