ECLI:NL:RBDHA:2024:23323
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening Spanje
Eiseres, een Nigeriaanse vrouw met een verleden van mensenhandel en psychische problematiek, diende op 11 januari 2024 een asielaanvraag in. De minister van Asiel en Migratie nam deze aanvraag niet in behandeling omdat Spanje op grond van de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling.
De rechtbank beoordeelde het beroep en het verzoek om een voorlopige voorziening op 28 oktober 2024. Eiseres voerde aan dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel jegens Spanje niet kan worden toegepast vanwege tekortkomingen in het Spaanse asielsysteem, met name voor slachtoffers van mensenhandel en kwetsbare asielzoekers. Ook stelde zij dat haar kwetsbaarheid en medische situatie een overdracht aan Spanje onmogelijk maken.
De rechtbank oordeelde dat eiseres onvoldoende concrete aanwijzingen had geleverd om het interstatelijk vertrouwensbeginsel te doorbreken. Het aangehaalde AIDA-rapport was reeds betrokken in eerdere uitspraken waarin het vertrouwen in Spanje werd bevestigd. Daarnaast was niet aannemelijk gemaakt dat eiseres bijzondere bescherming nodig heeft of dat haar gezondheidstoestand door overdracht aan Spanje aanzienlijk zou verslechteren.
Verder wees de rechtbank het beroep op artikel 17 van Pro de Dublinverordening af omdat de minister terughoudendheid betracht en de omstandigheden van eiseres geen bijzondere individuele situatie rechtvaardigen om Nederland als verantwoordelijke lidstaat aan te wijzen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, handhaafde het besluit van de minister en wees het verzoek om een voorlopige voorziening af. Eiseres kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep en het verzoek om voorlopige voorziening af en handhaaft het besluit dat Spanje verantwoordelijk is voor de asielaanvraag.