ECLI:NL:RBDHA:2024:2334
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Asielaanvraag niet buiten behandeling gesteld wegens onterecht gebruik artikel 30c Vreemdelingenwet
Eiser, een Nigeriaanse nationaliteit dragende asielzoeker, diende op 18 augustus 2022 een asielaanvraag in. Verweerder stelde de aanvraag buiten behandeling op grond van artikel 30c, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet, omdat eiser niet reageerde op een verzoek om een vragenlijst in te vullen. De rechtbank oordeelt dat de vragenlijst niet betrekking had op informatie die van wezenlijk belang is voor de asielaanvraag, zoals vereist volgens de wet en Europese richtlijnen.
De rechtbank legt uit dat alleen informatie over de elementen ter staving van de asielaanvraag, zoals identiteit, nationaliteit en redenen voor asiel, van wezenlijk belang is. De vragenlijst vroeg echter ook om praktische informatie over de procedure, die niet noodzakelijk is voor de beoordeling van de aanvraag. Eiser had bovendien al de noodzakelijke informatie verstrekt bij de aanvraag.
Daarom was het buiten behandeling stellen van de aanvraag onrechtmatig. De rechtbank vernietigt het besluit en draagt verweerder op om opnieuw te beslissen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens veroordeelt de rechtbank verweerder tot betaling van de proceskosten van € 875,- aan eiser.
Uitkomst: Het besluit tot buiten behandeling stellen van de asielaanvraag wordt vernietigd en verweerder wordt opgedragen opnieuw te beslissen.