ECLI:NL:RBDHA:2024:2348

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
22 februari 2024
Publicatiedatum
26 februari 2024
Zaaknummer
C/09/661757/KG RK 24/256
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Wraking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 39 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek na einduitspraak kantonrechter

Verzoeker heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen de kantonrechter in een civiele zaak. Het verzoek kwam nadat de kantonrechter in de hoofdzaak een einduitspraak had gedaan.

De wrakingskamer oordeelde dat een rechter alleen gewraakt kan worden indien er concrete, bijzondere omstandigheden zijn die een objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid doen ontstaan. Daarbij geldt de wettelijke uitgangspunt dat rechters worden vermoed onpartijdig te zijn.

Omdat het wrakingsverzoek pas na de einduitspraak werd ingediend, voorziet de wet niet in een dergelijke mogelijkheid. Daarom is het verzoek niet-ontvankelijk verklaard en is er geen mondelinge behandeling gehouden.

De wrakingskamer heeft de beslissing aan verzoeker en kantonrechter toegezonden. Tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel mogelijk.

Uitkomst: Wrakingsverzoek na einduitspraak kantonrechter is niet-ontvankelijk verklaard.

Uitspraak

Rechtbank den haag

Wrakingskamer
wrakingnummer 2024/18
zaak- /rekestnummer: C/09/661757 / KG RK 24/256
Beslissing van 22 februari 2024
van de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek van
[verzoeker] ,
wonende te [woonplaats] ,
hierna te noemen: verzoeker,
strekkende tot de wraking van
mr. J.C. Sluymer,
kantonrechter in deze rechtbank,
hierna te noemen: de kantonrechter.

1.De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het schriftelijke wrakingsverzoek van 12 februari 2024;
- het proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van 25 januari 2024.

2.Het wrakingsverzoek

Het verzoek strekt tot wraking van de kantonrechter in de zaak met nummer 10780507 RP VERZ 23-50635.

3.De beoordeling

3.1.
Een rechter kan alleen gewraakt worden als zich omstandigheden voordoen waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Daarvan is sprake als de rechter jegens een procesdeelnemer vooringenomen is of als de vrees daarvoor objectief gerechtvaardigd is. Daarbij is het uitgangspunt dat een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn omdat hij of zij als rechter is aangesteld. Voor het oordeel dat de rechterlijke onpartijdigheid toch schade lijdt, bestaat alleen grond in geval van bijzondere omstandigheden die een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het aannemen van (de objectief gerechtvaardigde schijn van) partijdigheid. Uit de wet volgt dat de verzoeker die concrete omstandigheden moet aanvoeren en wel zodra deze aan hem of haar bekend zijn geworden.
3.2.
Het verzoek is gedaan nadat de kantonrechter in de hoofdzaak einduitspraak heeft gedaan. De wet voorziet echter niet in de mogelijkheid van wraking nadat einduitspraak is gedaan in de zaak van verzoeker. Om die reden kan verzoeker niet in het wrakingsverzoek worden ontvangen. Voor een behandeling van het verzoek ter terechtzitting bestaat geen reden. Het in de wet opgenomen recht op een mondelinge behandeling is door de wetgever bedoeld voor het debat over de gegrondheid van het verzoek, maar aan dat debat wordt gezien het vorenstaande niet toegekomen.

4.De beslissing

De wrakingskamer
4.1.
verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in het wrakingsverzoek;
4.2.
beveelt dat (een afschrift van) deze beslissing met inachtneming van het bepaalde bij artikel 39, derde lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering wordt toegezonden aan:
• de verzoeker;
• de kantonrechter.
Deze beslissing is gegeven door mrs. S.M. Krans, A.M.A. Keulen en E.A.W. Schippers, in tegenwoordigheid van de griffier W.H. Ng en in het openbaar uitgesproken op 22 februari 2024.
de griffier de voorzitter
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.