ECLI:NL:RBDHA:2024:2374
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening en interstatelijk vertrouwensbeginsel voor Bulgarije
De rechtbank Den Haag heeft op 27 februari 2024 het beroep van eiser behandeld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen. Dit besluit is gebaseerd op de Dublinverordening, waarbij Nederland vaststelde dat Bulgarije verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag en een verzoek tot terugname door Bulgarije werd aanvaard.
Eiser voerde aan dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet langer van toepassing is vanwege slechte leefomstandigheden, gebrek aan rechtsbijstand, discriminatie en detentie in Bulgarije, wat zou leiden tot een schending van artikel 3 EVRM Pro. De rechtbank oordeelde dat deze stellingen onvoldoende onderbouwd zijn met concrete bewijzen en dat het enkele feit dat vingerafdrukken onder dwang zijn afgenomen, niet afdoet aan het vertrouwensbeginsel.
De rechtbank verwees naar eerdere uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin werd geoordeeld dat er geen reëel risico is op pushbacks en dat Dublinclaimanten toegang hebben tot opvang in Bulgarije. Ook het beroep op artikel 17 van Pro de Dublinverordening werd door eiser ingetrokken.
Ten slotte wees de rechtbank het verzoek tot aanhouding van het beroep af, ondanks lopende prejudiciële vragen over de deelbaarheid van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Het beroep werd ongegrond verklaard, waardoor het besluit om de aanvraag niet in behandeling te nemen in stand blijft en eiser geen proceskostenvergoeding ontvangt.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen blijft in stand.