ECLI:NL:RBDHA:2024:238

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
11 januari 2024
Publicatiedatum
11 januari 2024
Zaaknummer
NL23.36691
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 12 lid 4 DublinverordeningArt. 3.48 Vreemdelingenbesluit 2000Art. 30 lid 1 Vreemdelingenwet 2000B8/3 Vreemdelingencirculaire 2000
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep ongegrond tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris om haar asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling van haar aanvraag op grond van de Dublinverordening. De staatssecretaris heeft op 15 november 2023 het besluit genomen na een verzoek tot overname bij Frankrijk, dat dit verzoek op 20 oktober 2023 heeft aanvaard.

De rechtbank overweegt dat eiseres in haar beroepsgronden slechts herhaalt wat zij eerder in haar zienswijze heeft gesteld, zonder aan te geven op welke punten de motivering van de staatssecretaris tekortschiet. De rechtbank oordeelt dat dit onvoldoende is voor toewijzing van het beroep. Tevens is de beoordeling van de vraag of eiseres in het kader van een aangifte mensenhandel in Nederland moet blijven alleen relevant in een andere procedure, namelijk de reguliere aanvraag humanitair tijdelijk verblijf.

Verder stelt de rechtbank vast dat de staatssecretaris zich terecht heeft beroepen op het interstatelijk vertrouwensbeginsel, aangezien eiseres niet heeft aangetoond dat Frankrijk zijn verdragsverplichtingen niet nakomt. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand. Eiseres krijgt geen proceskostenvergoeding.

Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en de aanvraag blijft buiten behandeling.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.36691

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam], eiseres,

geboren op [geboortedatum],
van Nigeriaanse nationaliteit,
V-nummer: [V-nummer],
(gemachtigde: mr. M.J.A. Rinkes),
en

de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, de staatssecretaris.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen het niet in behandeling nemen van de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De staatssecretaris heeft de aanvraag met het bestreden besluit van 15 november 2023 niet in behandeling genomen omdat Frankrijk verantwoordelijk is voor de aanvraag.
1.1.
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht uitspraak zonder zitting.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank beoordeelt het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag van eiseres. Zij doet dat aan de hand van de argumenten die eiseres heeft aangevoerd, de beroepsgronden.
3. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Dat betekent dat eiseres ongelijk krijgt en het niet in behandeling nemen van haar aanvraag in stand blijft. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Totstandkoming van het besluit
4. De Europese Unie heeft gezamenlijke regelgeving over het in behandeling nemen van asielaanvragen. Die staat in de Dublinverordening. Op grond van de Dublinverordening neemt de staatssecretaris een asielaanvraag niet in behandeling als is vastgesteld dat een andere lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan. [1] In dit geval heeft Nederland op 21 augustus 2023 bij Frankrijk een verzoek om overname gedaan. Frankrijk heeft dit verzoek op 20 oktober 2023 op grond van artikel 12, vierde lid, van de Dublinverordening aanvaard.
Herhaling zienswijze
5. Eiseres wijst gezien het gestelde in het bestreden besluit op de zienswijze van 4 oktober 2023 en heeft deze ingelast.
6. De rechtbank stelt vast dat wat eiseres in de gronden van beroep naar voren brengt, een letterlijke herhaling is van hetgeen in de zienswijze is gesteld. De staatssecretaris is in het bestreden besluit voldoende gemotiveerd ingegaan op de zienswijze van eiseres. De rechtbank overweegt dat een enkele herhaling van wat eerder is gesteld, zonder daarbij duidelijk te maken op welke onderdelen de staatssecretaris in zijn motivering tekort is geschoten, niet kan leiden tot enig resultaat.
Intake bij AVIM
7. Eiseres voert naar aanleiding van het bestreden besluit aan dat zij op 23 november 2023 een intake heeft gehad bij AVIM. Zij heeft 30 dagen bedenktijd gekregen.
8. De rechtbank overweegt dat de staatssecretaris zich in het bestreden besluit terecht op het standpunt heeft gesteld dat de beoordeling of eiseres in het kader van aangifte van mensenhandel in Nederland moet blijven, alleen relevant is in de procedure van een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier op humanitair tijdelijke gronden (B8/3 van de Vreemdelingencirculaire 2000 (Vc)). In de Dublinprocedure wordt niet beoordeeld of eiseres in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 3.48, eerste lid, onder a, b of c, van het Vreemdelingenbesluit 2000. Het overdrachtsbesluit blijft geldig zolang het Openbaar Ministerie niet heeft besloten dat eiseres in het belang van het strafrechtelijk onderzoek in Nederland moet blijven en er geen vergunning mensenhandel B8/3 van de Vc is afgegeven.
9. Verder overweegt de rechtbank dat de staatssecretaris, op grond van het interstatelijk vertrouwensbeginsel, er in beginsel van mag uitgaan dat iedere Europese lidstaat zich houdt aan internationale regelgeving op het gebied van mensenrechten. De staatssecretaris heeft zich op het standpunt kunnen stellen dat ten aanzien van Frankrijk nog altijd van het interstatelijk vertrouwensbeginsel kan worden uitgegaan. Eiseres heeft niet aangetoond of met stukken onderbouwd dat Frankrijk zijn verdragsverplichtingen niet nakomt of zal nakomen. Door middel van het claimakkoord hebben de Franse autoriteiten gegarandeerd het verzoek van eiseres in behandeling te zullen nemen. Bij voorkomende problemen dient eiseres zich te wenden tot de Franse autoriteiten.

Conclusie en gevolgen

10. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat de staatssecretaris de aanvraag van eiseres terecht buiten behandeling heeft gesteld en dat eiseres mag worden overgedragen aan Frankrijk. Eiseres krijgt geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. T.A. Oudenaarden, rechter, in aanwezigheid van Z.P. de Wilde, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Dit staat ook in artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000.