ECLI:NL:RBDHA:2024:10063
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen overdracht aan Frankrijk wegens gebrek aan spoedeisend belang
Verzoekster heeft een voorlopige voorziening gevraagd om haar overdracht aan Frankrijk te voorkomen, nadat de staatssecretaris had aangekondigd dat zij op 2 juli 2024 naar Lyon zou uitreizen. De voorzieningenrechter beoordeelt dat een voorlopige voorziening alleen kan worden getroffen bij onverwijlde spoed. Verzoekster stelde dat er sprake was van een spoedeisend belang vanwege de geplande vlucht en haar medische situatie, en dat de uiterlijke overdrachtsdatum was verstreken.
De staatssecretaris stelde dat het vertrek gefaciliteerd en vrijwillig is, zonder gedwongen overdracht, en dat verzoekster bereid is mee te werken. De rechter concludeert dat er geen spoedeisend belang is omdat verzoekster zelf bepaalt of de overdracht op 2 juli plaatsvindt en dat zij niet gedwongen zal worden uitgezet. De eerdere voorlopige voorziening die overdracht had opgeschort is inmiddels opgeheven.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek af en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk op grond van de Awb.
Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening tegen overdracht aan Frankrijk wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.