ECLI:NL:RBDHA:2024:2408
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging weigering omgevingsvergunning en last onder dwangsom wegens strijd met gelijkheidsbeginsel
Eiser heeft een aanvraag ingediend voor een omgevingsvergunning voor het plaatsen van een erfafscheiding aan de voorzijde van zijn woning. Verweerder heeft deze aanvraag geweigerd omdat de erfafscheiding niet in overeenstemming is met het bestemmingsplan en niet voldoet aan redelijke eisen van welstand. Daarnaast is een last onder dwangsom opgelegd wegens het ontbreken van een vergunning.
De rechtbank oordeelt dat verweerder ten onrechte heeft getoetst aan de bestemming "Wonen" in plaats van "Tuin" waarop de erfafscheiding is gerealiseerd, waardoor het besluit niet zorgvuldig is voorbereid. Ondanks deze fout mocht de vergunning echter terecht worden geweigerd vanwege strijd met redelijke eisen van welstand. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel tegen de weigering van de vergunning faalt omdat vergelijkbare gevallen geen vergunningen hebben gekregen.
Het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit op bezwaar is niet-ontvankelijk omdat de ingebrekestelling prematuur was. De last onder dwangsom wordt vernietigd omdat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd waarom handhavend wordt opgetreden tegen eiser terwijl vergelijkbare overtredingen niet worden gehandhaafd, wat strijd oplevert met het gelijkheidsbeginsel. De rechtbank veroordeelt de Staat tot een schadevergoeding van €1000 wegens overschrijding van de redelijke termijn en draagt verweerder op griffierechten en proceskosten aan eiser te vergoeden.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de weigering van de omgevingsvergunning en de last onder dwangsom, handhaving blijft deels in stand, en er wordt een schadevergoeding toegekend wegens overschrijding van de redelijke termijn.