ECLI:NL:RBDHA:2024:2438
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening bij buiten behandeling stellen asielaanvraag
Verzoeker, van Nigeriaanse nationaliteit, had een asielaanvraag ingediend die door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op 18 augustus 2023 buiten behandeling is gesteld op grond van artikel 30c, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000. Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek op 28 november 2023 samen met een gelijksoortige zaak (NL23.24201). Verzoeker en zijn gemachtigde waren niet aanwezig bij de zitting, terwijl de gemachtigde van verweerder wel deelnam. De rechtbank heeft inmiddels uitspraak gedaan in de hoofdzaak, waardoor het treffen van een voorlopige voorziening niet langer mogelijk is.
De voorzieningenrechter concludeert dat het verzoek om voorlopige voorziening moet worden afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter M. Munsterman en griffier F. Aissa en is openbaar gemaakt. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening tegen buiten behandeling stellen asielaanvraag is afgewezen.