Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam 1], eiser,
[naam 2],
Rechtbank Den Haag
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 17 januari 2024 een maatregel van bewaring opgelegd aan eiser op grond van artikel 59b van de Vreemdelingenwet 2000. De staatssecretaris heeft de rechtbank geïnformeerd over deze bewaring via een kennisgeving, die gelijkgesteld wordt met een beroep namens eiser.
Eiser had echter op 14 februari 2024 al een beroep ingesteld tegen het voortduren van de bewaring, geregistreerd onder een ander zaaknummer (NL24.5465), dat de rechtbank inhoudelijk heeft beoordeeld. Hierdoor ontbrak het eiser aan procesbelang bij het beroep dat voortkwam uit de kennisgeving.
De rechtbank heeft daarom het beroep dat voortkwam uit de kennisgeving niet-ontvankelijk verklaard en geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door rechter M. Munsterman en griffier K.E. Mulder op 28 februari 2024 te Groningen.
Uitkomst: Het beroep tegen de kennisgeving van bewaring wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan procesbelang.