ECLI:NL:RBDHA:2024:2522
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep tegen WOZ-waarde woning aan Westvlietweg 147 te Den Haag
Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen de WOZ-waarde van zijn woning aan de Westvlietweg 147 te Den Haag, vastgesteld op €560.000 voor het kalenderjaar 2022. De rechtbank heeft het beroep behandeld op 17 januari 2024, waarbij belanghebbende niet aanwezig was vanwege ziekte van zijn gemachtigde, en heeft het verzoek tot uitstel afgewezen.
De rechtbank heeft geoordeeld dat de heffingsambtenaar voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de waarde niet te hoog is vastgesteld. Dit is onderbouwd met vergelijkingsobjecten die vergelijkbaar zijn qua ligging, bouwjaar en staat van onderhoud, waarbij ook rekening is gehouden met nadelen zoals nabijheid van een drukke weg. Belanghebbende heeft onvoldoende onderbouwd dat een lagere waarde gerechtvaardigd is.
Verder heeft de rechtbank vastgesteld dat de heffingsambtenaar aan zijn informatieplicht heeft voldaan door het taxatieverslag met referentiewoningen te verstrekken. Er is geen gebruik gemaakt van grondstaffels, liggingsfactoren of indexeringscijfers, zodat deze niet verstrekt konden worden. De rechtbank ziet geen schending van het motiveringsbeginsel of andere rechtsbeginselen.
Gelet op deze overwegingen verklaart de rechtbank het beroep ongegrond en wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af. Partijen kunnen binnen zes weken hoger beroep instellen bij het gerechtshof Den Haag.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €560.000 wordt ongegrond verklaard.