ECLI:NL:GHDHA:2025:1700
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken recente machtiging in WOZ-zaak
De Heffingsambtenaar van de gemeente Den Haag stelde de WOZ-waarde van een woning vast op €560.000 voor het jaar 2022. Belanghebbende maakte bezwaar, dat ongegrond werd verklaard, waarna beroep werd ingesteld bij de Rechtbank. De Rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. Vervolgens stelde [Y] namens belanghebbende hoger beroep in bij het Gerechtshof Den Haag.
Het Hof verzocht [Y] om een recente machtiging, niet ouder dan zes maanden, en een kopie van een geldig identiteitsbewijs van de volmachtgever te overleggen. Deze verzoeken bleven onbeantwoord. De machtiging die was overgelegd dateerde van maart 2022 en was daarmee niet actueel. Het Hof stelde dat er gerede twijfel bestond over de vertegenwoordigingsbevoegdheid van [Y].
Gezien het ontbreken van een recente machtiging en de niet-ontvankelijkheid van het hoger beroep, werd het beroep niet inhoudelijk behandeld. Het Hof wees op jurisprudentie waarin het belang van actuele machtigingen werd benadrukt om te voorkomen dat rechtsmiddelen worden ingesteld zonder geldige volmacht. Het hoger beroep werd derhalve niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een recente machtiging.