Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 14 februari 2024 in de zaak tussen
(gemachtigde: (G. Gieben),
Rechtbank Den Haag
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de WOZ-beschikking waarin de waarde van zijn woning op 1 januari 2021 was vastgesteld op €240.000. De rechtbank stelde vast dat partijen overeenstemming hadden bereikt over een lagere waarde van €219.000. Op basis hiervan werd het beroep gegrond verklaard en de WOZ-waarde verlaagd.
Daarnaast was in geschil of belanghebbende recht had op vergoeding van de kosten voor het woningwaarderapport dat bij het bezwaar was ingediend. De heffingsambtenaar betwistte dit, stellende dat het rapport niet als deskundigenrapport kon worden aangemerkt. De rechtbank oordeelde dat een redelijke tijdsbesteding voor het rapport 10 minuten bedroeg en stelde de vergoeding daarom vast op €10,69.
Verder werd de heffingsambtenaar veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van belanghebbende, vastgesteld op €373,50, en tot vergoeding van het betaalde griffierecht. Het verzoek tot uitstel van de zitting vanwege ziekte van de gemachtigde werd afgewezen. De uitspraak vervangt de vernietigde beschikking en is openbaar uitgesproken op 14 februari 2024.
Uitkomst: De WOZ-waarde van de woning is verlaagd naar €219.000 en belanghebbende krijgt een beperkte vergoeding voor het woningwaarderapport en proceskosten.