Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Uitspraak van 19 februari 2025
de heffingsambtenaar van de gemeente Den Haag, de Heffingsambtenaar,
Procesverloop
Feiten
Oordeel van de Rechtbank
Verzoek tot uitstel van de zitting
Idem.”
Gerechtshof Den Haag
Belanghebbende is eigenaar van een woning waarvan de WOZ-waarde voor 2022 werd vastgesteld op €240.000. Na bezwaar en beroep stelde de Rechtbank de waarde vast op €219.000 en wees proceskosten toe, maar met een lage wegingsfactor van 0,25 voor de kosten van bezwaar en beroep en een vergoeding van €10,69 voor het woningwaarderapport.
Belanghebbende stelde hoger beroep in tegen de afwijzing van het uitstelverzoek voor de zitting, de toegepaste wegingsfactor en de vergoeding voor het woningwaarderapport. Het Hof oordeelde dat het uitstelverzoek ten onrechte was afgewezen omdat ziekte van de gemachtigde een gewichtige reden is en de rechtbank onvoldoende belangenafweging had gemaakt.
Het Hof stelde vast dat de zaak een gemiddelde zwaarte heeft en verhoogde de wegingsfactor naar 1, waardoor de proceskostenvergoeding werd verhoogd tot €2.201 voor bezwaar en beroep en €45,35 voor hoger beroep. De vergoeding voor het woningwaarderapport bleef op €10,69 omdat niet aannemelijk was dat meer tijd was besteed.
Verder oordeelde het Hof dat uitbetaling van proceskostenvergoedingen op naam van de gemachtigde niet mogelijk is op grond van artikel 30a Wet WOZ en dat de belastingrechter hierover niet bevoegd is te oordelen. Het Hof vernietigde het vonnis van de Rechtbank voor zover het de proceskostenvergoeding betreft en veroordeelde de Heffingsambtenaar tot betaling van de verhoogde kosten en griffierechten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de Rechtbank wordt vernietigd voor wat betreft de proceskostenvergoeding en het uitstelverzoek, en de Heffingsambtenaar wordt veroordeeld tot betaling van verhoogde proceskosten en griffierechten.