ECLI:NL:RBDHA:2024:2573
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid Oostenrijk
Eiser, een Afghaanse asielzoeker, diende meerdere asielaanvragen in Nederland in, die telkens niet in behandeling werden genomen omdat Oostenrijk verantwoordelijk werd geacht op grond van de Dublinverordening. Oostenrijk heeft het verzoek tot terugname van eiser aanvaard en de staatssecretaris vertrouwt op het interstatelijk vertrouwensbeginsel dat Oostenrijk zijn internationale verplichtingen naleeft.
Eiser stelde dat hij in Oostenrijk in erbarmelijke omstandigheden verbleef, onterecht in vreemdelingendetentie werd geplaatst en dat het beschermingsbeleid voor Afghaanse vluchtelingen in Oostenrijk aanzienlijk strenger is dan in Nederland, wat zou leiden tot een risico op indirect refoulement. Tevens voerde hij aan dat hem ten onrechte geen kosteloze rechtsbijstand werd verleend en dat een terugkeerbesluit onterecht is uitgevaardigd.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet geldt, dat er geen sprake is van structurele tekortkomingen in Oostenrijk, en dat de bewijslast voor een reëel risico op indirect refoulement niet is voldaan. Ook het recente arrest van het Hof van Justitie van de EU van 30 november 2023 bevestigt dat het risico op refoulement niet door de rechter in Nederland mag worden onderzocht als het vertrouwensbeginsel geldt.
De rechtbank concludeert dat de staatssecretaris terecht de asielaanvraag niet in behandeling heeft genomen en verklaart het beroep ongegrond. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard omdat Oostenrijk verantwoordelijk is en het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt.