ECLI:NL:RBDHA:2024:2631
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vergoeding proceskosten na niet tijdig beslissen op bezwaar in vreemdelingenzaak
Verzoeker stelde beroep in tegen het niet tijdig beslissen op zijn bezwaar van 31 januari 2023. Nadat verweerder het bezwaar op 2 januari 2024 alsnog gegrond verklaarde en de aanvraag ingewilligd had, trok verzoeker het beroep in en vroeg vergoeding van proceskosten.
De rechtbank oordeelde dat verweerder aan het beroep tegemoet was gekomen door alsnog te beslissen en het bezwaar te honoreren. Op grond van artikel 8:75a Awb kan de rechtbank in dat geval verweerder veroordelen tot vergoeding van proceskosten.
De proceskosten werden vastgesteld op € 437,50, gebaseerd op een puntensysteem uit het Besluit proceskosten bestuursrecht, met een wegingsfactor 'licht' vanwege de aard van het beroep. Tevens werd verweerder opgedragen het betaalde griffierecht van € 184 aan verzoeker te vergoeden.
De uitspraak werd gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 28 februari 2024 door rechter J.F.I. Sinack.
Uitkomst: Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van € 437,50 en het griffierecht van € 184 aan verzoeker.