ECLI:NL:RBDHA:2024:2718
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van beroepen tegen niet in behandeling nemen asielaanvragen op grond van Dublinverordening met betrekking tot Kroatië
Eisers hebben beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris om hun asielaanvragen niet in behandeling te nemen, omdat Kroatië verantwoordelijk zou zijn voor de behandeling volgens de Dublinverordening. De rechtbank heeft de beroepen op 13 februari 2024 behandeld en beoordeelt of de staatssecretaris zorgvuldig en gemotiveerd heeft gehandeld.
De rechtbank oordeelt dat het voornemen van de staatssecretaris, hoewel niet expliciet ingegaan op alle verklaringen van eisers, een voorbereidingshandeling is en dat eisers in de gelegenheid zijn gesteld om te reageren. De uiteindelijke besluiten zijn voldoende gemotiveerd en niet onzorgvuldig tot stand gekomen.
Eisers stelden dat de staatssecretaris ten onrechte uitging van het interstatelijk vertrouwensbeginsel vanwege hun traumatische ervaringen en het risico op pushbacks in Kroatië. De rechtbank volgt dit niet en stelt dat eisers niet aannemelijk hebben gemaakt dat zij bij overdracht een reëel risico lopen op een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro en artikel 4 Handvest Pro.
Verder heeft de staatssecretaris de bijzondere omstandigheden van eisers beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot toepassing van artikel 17 Dublinverordening Pro. De rechtbank bevestigt dat de staatssecretaris voldoende heeft gemotiveerd waarom geen uitzondering is gemaakt.
De beroepen worden ongegrond verklaard en eisers krijgen geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De beroepen van eisers tegen het niet in behandeling nemen van hun asielaanvragen worden ongegrond verklaard.