Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling volgens de Dublinverordening. De rechtbank heeft het beroep samen met een gerelateerde zaak op 20 december 2023 behandeld.
De rechtbank overweegt dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt, waarbij Nederland mag vertrouwen op de correcte behandeling door Duitsland. Eiser heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat dit vertrouwen moet worden weerlegd, onder meer omdat hij onvoldoende heeft onderbouwd dat hij geen toegang tot rechtsbijstand of een vertrouwde tolk in Duitsland had. Ook het risico op onrechtmatige detentie is niet structureel aangetoond.
Verder stelt eiser dat er een reëel risico op indirect refoulement bestaat vanwege verschillen in beschermingsbeleid tussen Nederland en Duitsland ten aanzien van Iraakse homoseksuele atheïsten. De rechtbank oordeelt dat eiser niet heeft voldaan aan de bewijslast om dit aannemelijk te maken, omdat hij geen concrete en onderbouwde informatie heeft geleverd over het beschermingsbeleid in Duitsland en de rechterlijke bescherming daartegen.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat de staatssecretaris de asielaanvraag terecht niet in behandeling heeft genomen. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.