ECLI:NL:RBDHA:2024:293
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens intrekking Dublin-besluit en ontbreken procesbelang
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet in behandeling nemen van zijn asielaanvraag omdat Oostenrijk volgens het Dublin-verdrag verantwoordelijk zou zijn. Verweerder heeft het bestreden besluit op 3 november 2023 ingetrokken omdat de overdrachtstermijn is verstreken, waarna de aanvraag in de nationale procedure wordt behandeld.
De rechtbank overweegt dat het beroep ondanks intrekking van het besluit toch beoordeeld moet worden, maar constateert dat eiser geen belang meer heeft bij de beoordeling van het beroep. De rechtbank wijst erop dat het niet reageren van de gemachtigde op verzoeken om het beroep in te trekken niet als een ondubbelzinnige intrekking geldt.
Gezien het ontbreken van belang verklaart de rechtbank het beroep en het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk. Tevens wordt geen proceskostenvergoeding toegekend omdat het intrekken van het besluit volgt uit het verstrijken van de overdrachtstermijn, wat een veranderende omstandigheid betreft.
De uitspraak is gedaan door de voorzieningenrechter en griffier van de rechtbank Den Haag op 15 januari 2024.
Uitkomst: Het beroep en het verzoek om voorlopige voorziening zijn niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang na intrekking van het bestreden besluit.