ECLI:NL:RBDHA:2024:2948

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
23 februari 2024
Publicatiedatum
6 maart 2024
Zaaknummer
SGR 22/7450
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 22 Wet WOZArt. 40 lid 2 Wet WOZ
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep ongegrond tegen WOZ-waarde gemeente Den Haag

Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen de uitspraak van de heffingsambtenaar van de gemeente Den Haag inzake de WOZ-waarde van een woning gelegen aan een adres te Den Haag. De waarde was vastgesteld op €850.000 en verlaagd naar €825.000 na bezwaar. Tijdens de zitting op 1 februari 2024 bevestigde belanghebbende dat enkel de vraag of de heffingsambtenaar zijn verplichtingen had nageleefd en of een algemeen beginsel van behoorlijk bestuur was geschonden, in geschil was.

De rechtbank oordeelde dat belanghebbende geen belang had bij de beoordeling van deze gronden omdat de WOZ-waarde zelf niet betwist werd en een eventuele proceskostenvergoeding onvoldoende belang oplevert. Desondanks werd belanghebbende ontvankelijk verklaard omdat het beroep hem in theorie in een betere positie zou kunnen brengen. Gezien de gronden van belanghebbende was dit in dit geval echter niet zo.

De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. De uitspraak werd gedaan door rechter M.E. Kiers op 23 februari 2024. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Den Haag.

Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waarde is ongegrond verklaard.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Team belastingrecht
zaaknummer: SGR 22/7450

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 februari 2024 in de zaak tussen

[belanghebbende], wonende te [woonplaats], belanghebbende(gemachtigde: G. Gieben),

en

de heffingsambtenaar van de gemeente Den Haag, heffingsambtenaar.

De bestreden uitspraak op bezwaar

De uitspraak van de heffingsambtenaar van 11 oktober 2022 op het bezwaar van belanghebbende waarbij de bij beschikking vastgestelde waarde van de onroerende zaak gelegen aan de [adres] te [plaats] (de woning) op 1 januari 2021 (de waardepeildatum) op de voet van artikel 22 van Pro de Wet waardering onroerende zaken
(Wet WOZ) voor het kalenderjaar 2022 is vastgesteld op € 850.000 (de beschikking) en is verlaagd naar € 825.000 (de uitspraak op bezwaar).

Zitting

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 1 februari 2024.
Namens belanghebbende is verschenen [naam 1]. De heffingsambtenaar heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. [naam 2] en [naam 3] Hasper.

Overwegingen

1. Ter zitting heeft belanghebbende desgevraagd bevestigd dat enkel in geschil is of de heffingsambtenaar heeft voldaan aan zijn verplichtingen ingevolge artikel 40, tweede lid, van de Wet WOZ en of enig algemeen beginsel van behoorlijk bestuur is geschonden.
2. De rechtbank ziet zich voor de vraag gesteld of belanghebbende belang heeft bij de beoordeling van deze gronden. Naar het oordeel van de rechtbank is hier geen sprake van. Belanghebbende heeft ter zitting bevestigd dat de WOZ-waarde geen geschilpunt vormt. In bezwaar is een proceskostenvergoeding toegekend, waartegen belanghebbende in beroep geen gronden heeft aangevoerd. De rechtbank constateert dat ook indien belanghebbende op de resterende geschilpunten in het gelijk zou worden gesteld, dit hem niet in een betere positie kan brengen dan indien dit niet het geval was. Een eventuele proceskostenvergoeding voor de beroepsfase vormt op zichzelf onvoldoende belang. Belanghebbende is evenwel ontvankelijk in zijn beroep, omdat dit rechtsmiddel hem, ongeacht de gronden, in een betere positie zou kunnen brengen. Daar is – gelet op de gronden van belanghebbende – in casu echter geen sprake van.
3. Gelet op wat hiervoor is overwogen, is het beroep ongegrond.
4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.E. Kiers, rechter, in aanwezigheid van
J.C.W. Wahls, griffier. De uitspraak is in het openbaar uitgesproken op 23 februari 2024.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof Den Haag (team belastingrecht).
Dat kan digitaal via www.rechtspraak.nl, daar klikt u op “Formulieren en inloggen”. Hoger beroep instellen kan ook door verzending van een brief aan het gerechtshof Den Haag (belastingkamer), Postbus 20302, 2500 EH Den Haag.
Bij het instellen van het hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:
1 - bij het hogerberoepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd;
2 - het hogerberoepschrift is, indien het op papier wordt ingediend, ondertekend.
Verder vermeldt u ten minste het volgende:
a. de naam en het adres van de indiener;
b. de datum van verzending;
c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;
d. de redenen waarom u het niet eens bent met de uitspraak (de gronden van het hoger beroep).