ECLI:NL:RBDHA:2024:2949
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep tegen WOZ-waarde woning Den Haag
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de WOZ-waarde van zijn woning, vastgesteld op €460.000 per 1 januari 2021, en stelde een lagere waarde van €437.000 voor. De rechtbank heeft beoordeeld of de heffingsambtenaar de waarde op juiste wijze heeft vastgesteld volgens artikel 17 van Pro de Wet WOZ.
De rechtbank oordeelt dat de heffingsambtenaar voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de gehanteerde vergelijkingsobjecten passend en vergelijkbaar zijn. Er is rekening gehouden met verschillen in onderhoudstoestand en staat van de keuken. De matige onderhoudstoestand van de woning is vastgesteld bij een opname op 8 februari 2023 en is in de waardering verwerkt. Klachten over slechte isolatie en energielabel zijn onvoldoende onderbouwd.
Een nieuwe beroepsgrond over de gebruiksoppervlakte van de kelder is te laat ingebracht en wordt buiten beschouwing gelaten. Klachten over het niet verstrekken van bepaalde taxatiegegevens en over inzagerecht worden verworpen, mede gelet op eerdere jurisprudentie en het feit dat inzage in de onderhavige zaak op 10 augustus 2022 werd aangeboden maar niet is nagekomen.
De rechtbank ziet geen schending van het motiveringsbeginsel of andere rechtsbeginselen. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €460.000 wordt ongegrond verklaard.