ECLI:NL:GHDHA:2025:1702
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging WOZ-waarde woning en geen schending toezendplicht Wet WOZ
Belanghebbende is eigenaar van een parterre-portiekwoning die door de heffingsambtenaar is gewaardeerd op €460.000 per 1 januari 2021 voor het kalenderjaar 2022. De heffingsambtenaar gebruikte een taxatieverslag, een matrix met vergelijkingsobjecten en foto’s om deze waarde te onderbouwen. Belanghebbende voerde bezwaar aan tegen de vastgestelde waarde en stelde dat de toezendplicht van de heffingsambtenaar was geschonden.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna belanghebbende hoger beroep instelde. Het hof overwoog dat de heffingsambtenaar voldoende gegevens had verstrekt, waaronder het taxatieverslag en de gebruikte vergelijkingsobjecten, en dat de gevraagde aanvullende gegevens niet beschikbaar waren. De waardering hield rekening met verschillen in gebruiksoppervlakte, bouwjaar en onderhoudsstaat. Belanghebbende kon onvoldoende onderbouwen dat de waarde te hoog was vastgesteld.
Het hof concludeerde dat de heffingsambtenaar niet in strijd had gehandeld met artikel 40, lid 2, Wet WOZ, en dat de waarde van €460.000 niet te hoog was vastgesteld. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de WOZ-waarde van €460.000 bevestigd.