ECLI:NL:RBDHA:2024:2957
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening ter schorsing beëindiging tijdelijke beschermingsstatus
Verzoeker heeft tegen het besluit van 7 februari 2024, waarin zijn tijdelijke beschermingsstatus per 4 maart 2024 wordt beëindigd, beroep ingesteld. Tegelijkertijd verzocht hij om een voorlopige voorziening die inhoudt dat hij zijn tijdelijke bescherming en de daarbij behorende voorzieningen behoudt gedurende de behandeling van het beroep.
De voorzieningenrechter oordeelt dat onverwijlde spoed aanwezig is, omdat het beroep niet kan worden afgerond vóór het einde van de tijdelijke bescherming. Gezien het aantal en de aard van de beroepsgronden weegt het belang van verzoeker om de voorzieningen te behouden zwaarder dan het belang van verweerder om deze per 4 maart 2024 te beëindigen.
Daarom wordt het bestreden besluit geschorst totdat op het beroep is beslist. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van verzoeker, vastgesteld op € 875,- conform het Besluit proceskosten bestuursrecht.
De uitspraak is gedaan zonder zitting en is niet vatbaar voor hoger beroep of verzet. Dit besluit is genomen binnen het kader van de Europese richtlijn 2001/55/EG en het uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382 betreffende tijdelijke bescherming bij massale toestroom van ontheemden.
Uitkomst: Het besluit tot beëindiging van de tijdelijke beschermingsstatus wordt geschorst tot uitspraak in het beroep en verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten.