ECLI:NL:RBDHA:2024:2973
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid Polen volgens Dublinverordening
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat volgens de Dublinverordening Polen verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn asielaanvraag.
De rechtbank stelt vast dat eiser in het bezit is gesteld van een geldig Pools Schengenvisum dat minder dan zes maanden verlopen was op het moment van zijn aanvraag in Nederland. Tevens heeft eiser daadwerkelijk toegang tot het grondgebied van de lidstaten verkregen met dit visum. Polen is daarmee verantwoordelijk voor de behandeling van de aanvraag zolang eiser het grondgebied van de lidstaten niet heeft verlaten.
Eiser voerde aan dat hij niet daadwerkelijk toegang had gekregen tot Polen en dat hij bij terugkeer in detentie zou worden geplaatst, met onvoldoende medische zorg. De rechtbank oordeelt dat eiser deze stellingen onvoldoende heeft onderbouwd en dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel mag worden toegepast, waarbij wordt aangenomen dat Polen zijn internationale verplichtingen nakomt.
De rechtbank verwijst naar eerdere uitspraken waarin het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Polen is bevestigd en concludeert dat het beroep ongegrond is. Het besluit van de staatssecretaris blijft daarmee in stand en eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep van eiser is ongegrond verklaard en het besluit om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen blijft in stand.