Uitspraak
uitspraak van de voorzieningenrechter van 6 maart 2024 in de zaak tussen
[verzoekster] , verzoekster
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, de staatssecretaris.
Inleiding
’
Rechtbank Den Haag
Verzoekster had beroep ingesteld tegen de afwijzing van haar aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met het verblijfsdoel uitoefenen van privéleven op grond van artikel 8 EVRM Pro. Na ontvangst van een gecorrigeerd besluit door de staatssecretaris trok verzoekster haar beroep in en verzocht om vergoeding van proceskosten en griffierecht.
De voorzieningenrechter beoordeelde het verzoek tot proceskostenvergoeding aan de hand van vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Hierbij is relevant of het bestuursorgaan de tenuitvoerlegging van het besluit op bezwaar voorlopig opschort of een voorlopige maatregel treft. Dit was niet het geval.
Daarom werd het verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen. Ook was er geen aanleiding tot vergoeding van griffierecht, omdat dit niet was betaald. De uitspraak is gedaan door de voorzieningenrechter in aanwezigheid van de griffier en is openbaar gemaakt op rechtspraak.nl.
Uitkomst: Het verzoek om vergoeding van proceskosten wordt afgewezen na intrekking van het beroep.