ECLI:NL:RBDHA:2024:2982

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
6 maart 2024
Publicatiedatum
6 maart 2024
Zaaknummer
AWB 23/13393
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Vereenvoudigde behandeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8 EVRMArt. 8:75a Awb
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding na intrekking beroep verblijfsvergunning

Verzoekster had beroep ingesteld tegen de afwijzing van haar aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met het verblijfsdoel uitoefenen van privéleven op grond van artikel 8 EVRM Pro. Na ontvangst van een gecorrigeerd besluit door de staatssecretaris trok verzoekster haar beroep in en verzocht om vergoeding van proceskosten en griffierecht.

De voorzieningenrechter beoordeelde het verzoek tot proceskostenvergoeding aan de hand van vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Hierbij is relevant of het bestuursorgaan de tenuitvoerlegging van het besluit op bezwaar voorlopig opschort of een voorlopige maatregel treft. Dit was niet het geval.

Daarom werd het verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen. Ook was er geen aanleiding tot vergoeding van griffierecht, omdat dit niet was betaald. De uitspraak is gedaan door de voorzieningenrechter in aanwezigheid van de griffier en is openbaar gemaakt op rechtspraak.nl.

Uitkomst: Het verzoek om vergoeding van proceskosten wordt afgewezen na intrekking van het beroep.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 23/13393

uitspraak van de voorzieningenrechter van 6 maart 2024 in de zaak tussen

[verzoekster] , verzoekster

V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. N.B. Swart),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, de staatssecretaris.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de voorzieningenrechter het verzoek van verzoekster om een veroordeling van de staatssecretaris in de proceskosten. Verzoekster heeft dit verzoek gedaan bij de intrekking van haar verzoek om voorlopige voorziening met betrekking tot het besluit van de staatssecretaris van 10 november 2023 (het bestreden besluit 1).
1.1.
Verzoekster heeft op 11 november 2023 beroep ingesteld tegen het bestreden besluit 1, waarbij haar aanvraag om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met het verblijfsdoel ‘uitoefenen van privéleven op grond van artikel 8 van Pro het EVRM’, is afgewezen. Tevens heeft zij de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
1.2.
In een e-mail van 10 november 2023 heeft de staatssecretaris het volgende aan de gemachtigde van verzoekster laten weten:
‘Op 10-11-2023 om 17:33 uur heb ik u per fax het besluit van n.a.v. de bezwaarprocedure van mevr [naam] toegezonden. De beschikking is op 10-11 ook per post aangeboden en is inmiddels naar u onderweg. Dat besluit bevat een onjuiste overweging welke hersteld moet worden. Ik stuur u hierbij het juiste besluit enkel per fax toe om verwarring te voorkomen. Ik verzoek u om het eerdere besluit dat per fax en per post is verzonden als niet verzonden te beschouwen.
Voor mevrouw blijft de uitkomst van haar bezwaarprocedure gelijk. De termijn voor het instellen van een vovo en beroepsprocedure starten uiteraard vandaag opnieuw.
1.3.
Met het besluit van 13 november 2023 (bestreden besluit 2) heeft de staatssecretaris het bestreden besluit 1 vervangen.
1.4.
Verzoekster heeft op 11 december 2023 het beroep van 11 november 2023 ingetrokken (zaaknummer: AWB 23/13392) en daarbij verzocht de staatssecretaris te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. Volgens vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State [1] wordt geheel of gedeeltelijk tegemoetgekomen in de zin van artikel 8:75a, indien het bestuursorgaan de tenuitvoerlegging van het besluit op bezwaar voorlopig opschort, dan wel anderszins de voorlopige maatregel neemt waartoe het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening strekt. Daarvan is in dit geval geen sprake.

Conclusie

3. Het verzoek om vergoeding van de proceskosten wordt afgewezen. Voor vergoeding van het griffierecht bestaat geen aanleiding, omdat dat in deze zaak niet is betaald.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om vergoeding van de proceskosten af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.W.C.M. van Emmerik, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. E.A. Ruiter, griffier, op 6 maart 2024, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.