ECLI:NL:RBDHA:2024:3011
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen niet tijdig beslissen asielaanvraag wegens prematuur ingediende ingebrekestelling
Eisers, allen van Iraanse nationaliteit, dienden op 26 juli 2022 een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel in. De staatssecretaris had op grond van de Vreemdelingenwet 2000 zes maanden om te beslissen, met een mogelijke verlenging van negen maanden vanwege een groot aantal aanvragen. Op 27 september 2022 trad het WBV 2022/22 in werking, waarmee de beslistermijn voor nog openstaande aanvragen met negen maanden werd verlengd.
Eisers stelden de staatssecretaris op 10 februari 2023 in gebreke wegens het niet tijdig beslissen en dienden op 2 maart 2023 beroep in tegen het uitblijven van een besluit. De rechtbank oordeelde echter dat de ingebrekestelling prematuur was omdat de verlengde beslistermijn nog niet was verstreken op het moment van de ingebrekestelling.
De rechtbank sloot zich aan bij eerdere jurisprudentie waarin de verlenging van de beslistermijn als rechtsgeldig werd beschouwd. Hierdoor voldeed het beroep niet aan de vereisten van artikel 6:12, tweede lid, Awb, en werd het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op de asielaanvraag is niet-ontvankelijk verklaard wegens prematuur ingediende ingebrekestelling.