ECLI:NL:RBDHA:2024:3073
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiser, met de Syrische nationaliteit, diende een asielaanvraag in Nederland in nadat hij eerder illegaal Kroatië was binnengekomen en daar ook een asielaanvraag had ingediend. Verweerder nam de aanvraag niet in behandeling omdat Kroatië volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling.
Eiser voerde aan dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet meer van toepassing zou zijn vanwege pushbacks in Kroatië en dat verweerder nader onderzoek had moeten doen. De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht mocht uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel, mede gelet op recente uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Daarnaast stelde eiser dat verweerder artikel 17, eerste lid, van de Dublinverordening had moeten toepassen vanwege zijn persoonlijke ervaringen van onmenselijke behandeling in Kroatië. De rechtbank vond dat verweerder redelijk had geoordeeld dat deze ervaringen niet voldoende waren om de aanvraag toch in behandeling te nemen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om een voorlopige voorziening af. Er is geen proceskostenvergoeding toegekend. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen.