ECLI:NL:RBDHA:2024:3095
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Roemenië verantwoordelijk zou zijn voor de behandeling op grond van de Dublinverordening. De rechtbank heeft het beroep op 22 februari 2024 behandeld en beoordeelt of het interstatelijk vertrouwensbeginsel voor Roemenië nog geldt en of de staatssecretaris het verzoek onverplicht aan zich had moeten trekken.
De rechtbank overweegt dat het uitgangspunt is dat Nederland mag vertrouwen op de correcte behandeling van asielzoekers door Roemenië, tenzij eiser aannemelijk maakt dat dit niet het geval is. Eiser heeft onvoldoende bewijs geleverd om het vertrouwensbeginsel te weerleggen, mede gelet op de recente uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 27 december 2023. Ook de latere verklaring van KlikAktiv is niet overgelegd, waardoor de rechtbank deze niet kan meewegen.
Eiser stelde dat de staatssecretaris zijn aanvraag op grond van artikel 17 van Pro de Dublinverordening onverplicht had moeten aanhouden vanwege traumatische ervaringen, waaronder verkrachting, in Roemenië. De rechtbank acht het toelaatbaar deze nieuwe feiten mee te nemen, maar oordeelt dat de staatssecretaris deze omstandigheden voldoende heeft betrokken en terecht niet tot aanhouding van de aanvraag is gekomen. De rechtbank concludeert dat het besluit zorgvuldig is genomen en voldoende is gemotiveerd. Het beroep wordt ongegrond verklaard en eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen blijft in stand.