ECLI:NL:RBDHA:2024:3103

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
4 maart 2024
Publicatiedatum
8 maart 2024
Zaaknummer
NL24.7025
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • B.F.Th. de Roos
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 59 Vreemdelingenwet 2000Art. 96 Vreemdelingenwet 2000
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen voortduren maatregel van bewaring vreemdeling afgewezen

Eiser, een Marokkaanse vreemdeling, is op 18 januari 2024 de maatregel van bewaring opgelegd op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Hij stelde beroep in tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding.

De rechtbank had de maatregel reeds eerder getoetst en oordeelde toen dat de maatregel rechtmatig was tot 31 januari 2024. In deze procedure stond de rechtmatigheid van de maatregel na die datum centraal. Eiser stelde dat verweerder onvoldoende voortvarend was in het werken aan zijn uitzetting naar Marokko, onder meer vanwege een vermeende vertraging bij het indienen van de laissez-passer aanvraag bij de Marokkaanse autoriteiten.

De rechtbank oordeelde echter dat verweerder voldoende voortvarend heeft gehandeld, onder meer door een rappellering bij de Marokkaanse autoriteiten op 13 februari 2024 en het voeren van een vertrekgesprek met eiser op 14 februari 2024. De ambtshalve toetsing leidde niet tot het oordeel dat het voortduren van de maatregel onrechtmatig was. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.7025

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam], eiser

V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. R.W. Koevoets),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

Procesverloop

Verweerder heeft op18 januari 2024 aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) opgelegd. Deze maatregel duurt nog voort.
Eiser heeft tegen het voortduren van de maatregel van bewaring beroep ingesteld. Daarbij heeft hij verzocht om schadevergoeding.
Verweerder heeft een voortgangsrapportage overgelegd. Eiser heeft hierop gereageerd.
De rechtbank heeft bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft en het onderzoek op 29 februari 2024 gesloten.

Overwegingen

1. Eiser stelt te zijn geboren op [geboortedatum] 1994 en de Marokkaanse nationaliteit te hebben.
2. Indien de rechtbank van oordeel is dat de toepassing of tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring in strijd is met de Vw dan wel bij afweging van alle daarbij betrokken belangen in redelijkheid niet gerechtvaardigd is, verklaart zij op grond van artikel 96, derde lid, van de Vw het beroep gegrond en beveelt zij de opheffing van de maatregel of een wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging daarvan.
3. De rechtbank stelt voorop dat zij deze maatregel van bewaring al eerder heeft getoetst. Uit de uitspraak van 1 februari 2024 [1] volgt dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek dat aan die uitspraak ten grondslag ligt, rechtmatig was. Daarom staat nu alleen ter beoordeling of de maatregel van bewaring sinds dat moment, 31 januari 2024, rechtmatig is.
4. Eiser voert aan dat verweerder onvoldoende voortvarend werkt aan zijn uitzetting. Op 17 januari 2024 is de aanvraag voor lp [2] voor eiser verstuurd naar DIA [3] en pas twaalf dagen later is de aanvraag, voor zover dat dat daadwerkelijk is gebeurd, ingediend bij de Marokkaanse autoriteiten. Daarnaast is niet gebleken dat verweerder sindsdien navraag heeft gedaan bij de Marokkaanse autoriteiten, terwijl inmiddels een maand verstreken is.
5. De beoordeling in dit beroep beperkt zich tot de periode na 31 januari 2024. De rechtbank zal zich dan ook niet uitlaten over de beroepsgrond over het verzenden van de lp-aanvraag, omdat deze grond ziet op de periode daarvoor.
6. De rechtbank is van oordeel dat verweerder voldoende voortvarend werkt aan de uitzetting van eiser naar Marokko. Anders dan eiser stelt blijkt uit het voortgangsrapport dat verweerder op 13 februari 2024 heeft gerappelleerd bij de Marokkaanse autoriteiten over de lp-aanvraag voor eiser. Daarnaast is er op 14 februari 2024 een vertrekgesprek gevoerd met eiser. De beroepsgrond slaagt daarom niet.
7. Tot slot leidt ook de ambtshalve toetsing niet tot het oordeel dat het voortduren van de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek op enig moment onrechtmatig was.
8. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
9. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B.F.Th. de Roos, rechter, in aanwezigheid van mr. S.D.C.J. Verheezen, griffier, en openbaar gemaakt door middel van een geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Voetnoten

2.Laissez-passer.
3.Directie Internationale Aangelegenheden.