ECLI:NL:RBDHA:2024:3103
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen voortduren maatregel van bewaring vreemdeling afgewezen
Eiser, een Marokkaanse vreemdeling, is op 18 januari 2024 de maatregel van bewaring opgelegd op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Hij stelde beroep in tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding.
De rechtbank had de maatregel reeds eerder getoetst en oordeelde toen dat de maatregel rechtmatig was tot 31 januari 2024. In deze procedure stond de rechtmatigheid van de maatregel na die datum centraal. Eiser stelde dat verweerder onvoldoende voortvarend was in het werken aan zijn uitzetting naar Marokko, onder meer vanwege een vermeende vertraging bij het indienen van de laissez-passer aanvraag bij de Marokkaanse autoriteiten.
De rechtbank oordeelde echter dat verweerder voldoende voortvarend heeft gehandeld, onder meer door een rappellering bij de Marokkaanse autoriteiten op 13 februari 2024 en het voeren van een vertrekgesprek met eiser op 14 februari 2024. De ambtshalve toetsing leidde niet tot het oordeel dat het voortduren van de maatregel onrechtmatig was. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.