ECLI:NL:RBDHA:2024:3143
Rechtbank Den Haag
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen ongegrondverklaring asielaanvraag wegens Dublinverwijzing naar Kroatië
Opposant heeft asiel aangevraagd in Nederland, maar de Staatssecretaris heeft de aanvraag niet in behandeling genomen omdat Kroatië verantwoordelijk is voor de behandeling. De rechtbank verklaarde het beroep van opposant tegen dit besluit ongegrond, omdat niet aannemelijk was dat Kroatië zijn internationale verplichtingen schendt.
Opposant stelde in verzet dat hij niet gehoord is op zitting en dat het claimverzoek te laat zou zijn ingediend bij Kroatië, mede op basis van recente jurisprudentie. Ook voerde hij aan dat individuele omstandigheden en divergerende jurisprudentie omtrent het vertrouwensbeginsel onvoldoende zijn meegewogen.
De rechtbank oordeelde dat de Dublin-claim tijdig was ingediend en dat de aangevoerde individuele omstandigheden niet tot twijfel leiden over de rechtmatigheid van het besluit. Ook is het interstatelijk vertrouwensbeginsel terecht toegepast. De hoorplicht in bezwaar is niet van toepassing in deze procedure.
Daarom is het verzet ongegrond verklaard en blijft de bestreden uitspraak in stand. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzet tegen de ongegrondverklaring van de asielaanvraag wegens Dublinverwijzing naar Kroatië is ongegrond verklaard.