ECLI:NL:RBDHA:2024:316
Rechtbank Den Haag
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen afwijzing Chavez-verblijfsrecht wegens verblijfsrecht in Frankrijk ongegrond verklaard
Opposant heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid waarin zijn aanvraag voor een verblijfsdocument als verzorgende ouder op grond van het Chavez-Vilchez-arrest werd afgewezen. De rechtbank heeft het beroep kennelijk ongegrond verklaard omdat opposant een verblijfsrecht in Frankrijk heeft, waardoor hij niet in aanmerking komt voor het Chavez-verblijfsrecht.
In het verzet stelt opposant dat zijn situatie vergelijkbaar is met die in het Chavez-Vilchez-arrest en voert hij aan dat referent een grotere spraak- en taalachterstand zal oplopen door het verblijf in Frankrijk. Ook zou de moeder van referent niet mee kunnen verhuizen vanwege sociale en economische bindingen, wat volgens opposant een onevenredige situatie creëert.
De rechtbank oordeelt dat deze verzetsgronden niet slagen. De verblijfsrechtelijke situatie van opposant in Frankrijk betekent dat referent niet gedwongen de EU hoeft te verlaten, een voorwaarde voor het Chavez-verblijfsrecht. De stellingen van opposant zijn niet met stukken onderbouwd en zelfs als dat wel het geval was, zouden zij niet leiden tot een ander oordeel.
De rechtbank verwijst naar vaste rechtspraak en het arrest Naime Dogan, dat niet relevant is voor deze casus. Het verzet wordt daarom ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak blijft in stand. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzet tegen de afwijzing van het Chavez-verblijfsrecht wordt ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak blijft in stand.