ECLI:NL:RBDHA:2024:322
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening voor uitstel van vertrek wegens beëindiging opvang
Verzoeker, een Senegalese asielzoeker, heeft bij de rechtbank een voorlopige voorziening gevraagd tegen het besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om ambtshalve geen uitstel van vertrek te verlenen en de opvang te beëindigen. Verzoeker lijdt aan PTSS met depressieve klachten en suïcidaliteit, waarvoor hij medische begeleiding en medicatie ontvangt. Het Bureau Medische Advisering (BMA) adviseerde dat verzoeker alleen kan reizen onder strikte medische voorwaarden.
De voorzieningenrechter overweegt dat hoewel een medische noodsituatie binnen drie tot zes maanden kan ontstaan bij het uitblijven van behandeling, verzoeker in staat wordt geacht te reizen indien aan de voorwaarden wordt voldaan. Verzoeker heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij niet kan reizen of dat de noodzakelijke medische zorg in Senegal niet toegankelijk is. Ook is geen acute medische noodsituatie vastgesteld die opvang zou rechtvaardigen.
De rechtbank benadrukt dat het indienen van een verzoek om voorlopige voorziening niet leidt tot opschorting van de rechtsgevolgen van het besluit of recht op opvang. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af en bepaalt dat de beslissing op bezwaar in Nederland mag worden afgewacht, maar zonder recht op opvang. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat geen acute medische noodsituatie is gebleken en verzoeker geen recht op uitstel van vertrek of opvang heeft.