ECLI:NL:RBDHA:2024:3234
Rechtbank Den Haag
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet gegrond tegen uitspraak inzake herhaalde vreemdelingenaanvraag en ex-tunc toetsing
Opposant stelde beroep in tegen het besluit van de staatssecretaris van 21 oktober 2022. De rechtbank verklaarde dit beroep op 1 november 2023 kennelijk ongegrond zonder opposant te horen op zitting. Opposant stelde hiertegen verzet in, dat op 1 maart 2024 werd behandeld, waarbij opposant niet verscheen.
De rechtbank beoordeelde dat het eerdere vonnis onjuist was omdat het niet gemotiveerd had waarom de overgelegde stukken van derden geen nieuwe feiten en omstandigheden zouden bevatten. Tevens had de rechtbank zich niet voldoende uitgelaten over de beroepsgronden en ten onrechte de ex-tunc toetsing strikt toegepast zonder te onderzoeken of de stukken betrekking hadden op feiten die reeds bij het besluit aanwezig waren.
De rechtbank concludeert dat de stukken wel degelijk relevant waren voor de beoordeling en dat de uitspraak van 1 november 2023 daarom vervalt. Het onderzoek wordt hervat en opposant krijgt een proceskostenvergoeding van €437,50 toegewezen, te betalen door de staatssecretaris.
Uitkomst: Het verzet is gegrond verklaard, de eerdere uitspraak vervalt en het onderzoek wordt hervat; de staatssecretaris wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten.