ECLI:NL:RBDHA:2024:3268
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing urgentieverklaring wegens onvoldoende woningzoekgedrag en niet-toepassing hardheidsclausule
Eiseres heeft een urgentieverklaring aangevraagd vanwege medische klachten die zij stelt te ervaren door haar huidige woning. Verweerder heeft de aanvraag afgewezen op basis van verschillende algemene weigeringsgronden, waaronder het ontbreken van een urgent huisvestingsprobleem en onvoldoende reactie van eiseres op het beschikbare woningaanbod in de drie maanden voorafgaand aan de aanvraag.
Eiseres betoogt dat haar klachten verergeren door de gebreken en locatie van de woning, en dat zij zich onveilig voelt. Zij stelt dat zij niet verantwoordelijk is voor het accepteren van de woning en dat de aangeboden woningen niet passend waren. De rechtbank oordeelt echter dat verweerder de aanvraag terecht heeft afgewezen, omdat eiseres onvoldoende heeft gereageerd op het woningaanbod en de urgentieverklaring een laatste redmiddel is.
De rechtbank overweegt dat de hardheidsclausule slechts in uitzonderlijke gevallen wordt toegepast. De medische informatie is onvoldoende concreet om te concluderen dat de klachten in belangrijke mate door de woning worden veroorzaakt of verergerd. Daarom is het niet onredelijk dat verweerder de hardheidsclausule niet toepast.
Het beroep wordt ongegrond verklaard, waardoor eiseres geen urgentieverklaring krijgt en geen proceskostenvergoeding ontvangt.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aanvraag voor een urgentieverklaring wordt afgewezen.