Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit door verweerder op een aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis. De rechtbank heeft het verzoek om vrijstelling van griffierecht wegens betalingsonmacht toegewezen.
Verweerder had op grond van de Vreemdelingenwet 2000 uiterlijk 20 juli 2023 moeten beslissen, maar heeft dit niet gedaan. Eiser stelde verweerder op die datum in gebreke en diende vervolgens tijdig beroep in. De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is omdat het niet tijdig beslissen gelijkstaat aan een besluit.
De rechtbank legt een nadere beslistermijn van vier weken op, gelet op de bijzondere omstandigheden bij aanvragen om gezinshereniging voor asielvergunninghouders. Tevens worden dwangsommen opgelegd voor elke dag dat de termijn wordt overschreden, met een maximum van €7.500. Verweerder wordt veroordeeld tot betaling van reeds verbeurde dwangsommen en proceskosten, en tot vergoeding van het betaalde griffierecht.