ECLI:NL:RBDHA:2024:3354
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gedeeltelijk gegrond beroep tegen afwijzing asielaanvraag en onterecht inreisverbod
Eiser, een Algerijnse asielzoeker, diende op 6 december 2023 een asielaanvraag in Nederland in, gebaseerd op een verkrachting in 2014 en daaropvolgende bedreigingen door een van de daders. Verweerder wees de aanvraag af op grond van artikel 31 Vreemdelingenwet Pro 2000, omdat niet aannemelijk was dat eiser nog steeds gevaar liep en omdat hij bescherming kon krijgen van Algerijnse autoriteiten. Tevens werd een inreisverbod van twee jaar opgelegd vanwege een risico op onderduiken.
Eiser voerde onder meer aan dat hem ten onrechte een rust- en voorbereidingstermijn was onthouden, dat de bedreiging onvoldoende was meegewogen en dat het inreisverbod willekeurig was. De rechtbank concludeerde dat verweerder terecht de geloofwaardigheid van de bedreiging niet aannam en dat bescherming in Algerije mogelijk is. Wel oordeelde de rechtbank dat het onthouden van de vertrektermijn en het opleggen van het inreisverbod willekeurig was omdat verweerder dit niet kon motiveren.
Daarom werd het beroep gedeeltelijk gegrond verklaard: de asielafwijzing bleef staan, maar het onmiddellijke vertrek en het inreisverbod werden vernietigd. Verweerder werd veroordeeld tot betaling van proceskosten aan eiser.
Uitkomst: Asiel afgewezen, maar onmiddellijke vertrektermijn en inreisverbod vernietigd wegens willekeur.