ECLI:NL:RBDHA:2024:3455
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen intrekking vergunning mensenhandel
Verzoekster heeft bezwaar gemaakt tegen de intrekking van haar vergunning op grond van de Verblijfsregeling Mensenhandel. De staatssecretaris heeft dit bezwaar kennelijk ongegrond verklaard bij besluit van 27 november 2023. Verzoekster heeft vervolgens beroep ingesteld en tevens een voorlopige voorziening gevraagd bij de voorzieningenrechter.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening samen met de hoofdzaak op 11 maart 2024 behandeld. Omdat op dezelfde dag uitspraak is gedaan in de hoofdzaak (zaaknummer NL23.40133), achtte de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk.
Daarom is het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de intrekking van de vergunning wordt afgewezen.